Klimaatakkoord geeft ruimte aan waterstof

Klimaatakkoord geeft ruimte aan waterstof

Er is verschil tussen groene, grijze en blauwe waterstof

In het Klimaatakkoord speelt waterstof een belangrijke rol. De maatregelen in het klimaatakkoord richten zich sterk op 2030, het jaar waarin de CO2-uitstoot met ten minste 49 procent moet zijn teruggedrongen.

Tot 2030 zullen de plannen jaarlijks tussen de 1,6 en 1,9 miljard euro kosten, denkt het kabinet. De rekening verschuift van huishoudens naar bedrijven.

  • Er komt een CO2-heffing voor de industrie
  • De belasting op de energienota van huishoudens gaat in 2020, 100 euro omlaag en zal in de jaren daarna beperkt stijgen
  • Huizenbezitters die investeren in verduurzaming kunnen daarvoor een beroep doen op een Warmtefonds

Waterstof speelt een prominente rol in de toekomstschetsen van verschillende sectoren, zoals industrie, gebouwde omgeving, elektriciteit en mobiliteit. Zo ziet het kabinet in de toekomst vooral een belangrijke rol weggelegd voor waterstof in mobiliteit en de industrie. Vooral zwaar transport, bijvoorbeeld vrachtwagens, OV-bussen en dieseltreinen kunnen op waterstof gaan rijden.

Ook speelt waterstof een rol als energiedrager voor duurzaam opgewekte energie. De eerste toepassingen van groene waterstof op grote schaal zullen naar verwachting in de industrie plaatsvinden, volgens het Klimaatakkoord.

Het kabinet heeft deelnemers aan het Klimaatakkoord gevraagd een op basis van kostenefficiëntie bepaalde reductiebijdrage te leveren waardoor de totale reductie in 2030 uitkomt op 49% ten opzichte van 1990. Het is echter denkbaar dat Nederland al in 2030 een verdere reductie moet bereiken dan de -49% op Nederlands grondgebied die in dit Klimaatakkoord centraal staat. Dat is afhankelijk van een Europees besluit over verhoging van de Europese CO2-reductiedoelstelling, dat in 2020 wordt verwacht.

Industrie, mobiliteit en gebouwde omgeving

Groene waterstof is waardevol voor de industrie, de elektriciteitssector, de mobiliteitsector en de gebouwde omgeving. Zo geldt voor veel wijken dat het aardgasnet tot na 2030 gewoon nog blijft liggen en mogelijk benut kan worden voor groen gas of waterstof.

De ontwikkeling van waterstof is belangrijk als energiedrager in de mobiliteit, zeker voor het zware transport. Afhankelijk van de marktontwikkelingen zijn aanvullende maatregelen nodig. Binnen het personenvervoer wordt uitgegaan van 15.000 brandstofcel-voertuigen (FCEV = Fuel Cell Electric Vehicles) in 2025, mogelijk doorgroeiend naar 300.000 voertuigen in 2030.

De verwachte energiebehoefte aan waterstof bedraagt bij deze aantallen 141 miljoen kg per jaar in 2030. Voor waterstof wordt daarom in 2020 een ambitieus convenant met de sector afgesloten om de doelen in het Klimaatakkoord te kunnen realiseren. Het kabinet ziet in de toekomst een belangrijke rol weggelegd voor waterstof als energiedrager in mobiliteit, vooral voor zwaar transport, bijvoorbeeld vrachtwagens, OV-bussen en mogelijk ter vervanging van dieseltreinen. Ook speelt waterstof een rol als energiedrager voor duurzaam opgewekte energie.

Er zijn meerdere vormen van waterstof die vooral te maken hebben met de CO2 footprint die nodig is om de waterstof te maken. We onderscheiden groene, blauwe en grijze waterstof.

Groene waterstof

Waterstof komt niet voor in de natuur en moet geproduceerd worden. De meest duurzame productiemethode van waterstof is het proces dat men ook wel elektrolyse noemt. Elektrolyse kan men heel duurzaam laten plaatsvinden door gebruik te maken van ‘groene’ elektriciteit uit wind en zon. Door uitsluitend met deze hernieuwbare energiebronnen te werken produceer je ‘groene’ waterstof.

Grijze waterstof

Als je waterstof produceert uit koolwaterstoffen, aardgas en steenkool dan levert dat grijze waterstof op. Bij de productie van grijze waterstof komen broeikasgassen vrij in de atmosfeer en daarmee is waterstof die op deze manier is verkregen niet ‘groen’ en niet duurzaam. In 2004 werd nog 90 procent van alle waterstof geproduceerd uit aardgas en koolwaterstoffen. Als men meer duurzame waterstof zou willen produceren moet men de productielocaties waarin men waterstof doormiddel van elektrolyse uit duurzame energiebronnen toepast, vergroten.

Blauwe waterstof

Blauwe waterstof zit tussen grijze en groene waterstof in. in feite wordt blauwe waterstof geproduceerd op een manier waarop er CO2 vrij komt. Dat komt door verbranding van aardgas bijvoorbeeld. Alleen wordt de CO2 die vrij komt afgevangen en opgeslagen in o.a. lege gasvelden. Blauwe waterstof kan door deze werkwijze klimaatneutraal worden omdat tijdens de productie van deze waterstof geen broeikasgassen vrijkomen in de atmosfeer. Maar de broeikasgassen worden geproduceerd waardoor blauwe waterstof niet echt milieuvriendelijk is.

Groene waterstof heeft de voorkeur alleen wordt er veel te weinig groene waterstof geproduceerd om de hele Nederlandse aardgasgestookte cv-installaties van groene waterstofketels te voorzien. Daarom moet de productie van groene waterstof aanzienlijk omhoog de komende tijd als Nederland van het aardgas af wil en duurzame waterstof wil gaan gebruiken.

Klimaatakkoord gaat over sectoren heen

In grote lijnen kan de industrie de transitie op gang brengen met maatregelen als procesefficiency, energiebesparing, CCS, elektrificatie, gebruik van blauwe en groene waterstof en versnelling van de circulariteit (zoals plastics recycling, biobased grondstoffen of steel2chemicals).
Dit is geen blauwdruk voor de transitie, maar de inzet van een adaptief proces. Hierbij is sprake van grote verschillen in kosten per technologie. Groene waterstof en circulaire economie zijn dan bij uitstek de thema’s waar Nederland zich internationaal op kan onderscheiden.